Beatrice

VERHAAL 7: BEATRICE

27 Juli 2017,  Rio de Janeiro, Brazilië  –  deel 7 van de 9-delige verhalen reeks.  

Sinds half zeven wordt er geschoten. Iris en ik lopen langs de ingang van de wijk. Aan de voet van de hoofdstraat staat een aantal zwarte pick-up trucks van de politie-eenheid BOPE. In de open laadbakken staan zwaarbewapende agenten in kogelvrije vesten verveeld op hun telefoon kijken. Hun geweren komen vanaf de bodem van de laadbak tot hun middel. Op de stoep waar mensen fruit verkopen en waar een barretje is, wachten bewoners van PPG tot ze naar boven kunnen. Ze zitten op betonnen paaltjes en lopen heen en weer met boodschappentassen in hun handen. Het is rustig op de hoofdweg die de favela in leidt. Hoe minder levendigheid op straat, hoe groter de kans dat er iets aan de hand is. 

We besluiten maar naar het strand van Ipanema te gaan. In de baai waar de stranden van Ipanema en Copacabana elkaar ontmoeten, is een grote groep surfers in de weer. Kinderen worden door vaders in wetsuits gehesen. Met kleine, korte planken onder hun arm rennen ze de zee in. Verderop waxt een groep jongens met ontbloot bovenlijf hun surfboard, naast hen staan meisjes die van hun haren een knot maken en daarna met een board onder hun arm de branding in lopen. Eén jongen haalt de gekste capriolen uit: hij loopt achteruit over zijn plank, terwijl hij een golf pakt en doet daarna in alle rust een handstand. De zon brandt op mijn huid. In de verte klinken schoten. Een politiehelikopter vliegt vanaf Ipanema richting PPG. Vanaf het strand kijken we naar de helikopter, die boven onze hoofden cirkelt. Tot het opeens stil is. Geen schoten, geen luchtverkeer. Alleen het lachen van de surfers. Voor ons een signaal om terug naar de wijk te gaan, naar Beatrice. 

Voor het schoolgebouw langs de hoofdweg slaan we rechtsaf naar de kabellift die naar hogere delen van de comunidade leidt. Een rij mensen staat te wachten. In hun handen houden ze boodschappen, meubilair dat mee naar boven moet en kleine hondjes. De lift komt langzaam naar beneden. Bij aankomst laat de bestuurder eerst iedereen uitstappen. Een man haalt zijn halve inboedel uit de extra bak waarin spullen en vuilnis vervoerd kunnen worden. Hij heeft een bank, twee stoelen en een kast op elkaar gepropt. De meubelstukken worden in de ‘wachtruimte’ gezet en daarna in een afvalwagen gegooid. Iris en ik stappen in, op weg naar de derde tussenstop. Tussen stop twee en drie horen we Beatrice roepen: ‘Meisjes, één verdieping te hoog!’ Ze lacht breed onder haar strak geknipte donkere haren met boblijn. Ze is dun, draagt een spijkerbroek en een strak shirtje. Haar bewegingen zijn jong.
Via een smalle trap die langs huizen weer naar beneden voert, lopen we naar haar toe. Ze groet ons met een kus op de wang en een omhelzing.

‘Kom mee.’ Door de smalle stegen lopen we voor mijn gevoel op en neer door de wijk, alsof we door een labyrint cirkelen. De straten doen me denken aan die in Tanger, waar je zonder gids direct de weg kwijtraakt. De wijk bestaat uit zones: 1, 2, 3. Als we bijna bij Beatrice’ winkel zijn, lopen we langs een groep jongens van een jaar of zestien. Een jongen met een ontbloot bovenlijf en een felgekleurde zwembroek groet ons. Hij heeft blauwe ogen en donkere krullen met wat geblondeerde plukken.
‘Meisjes, hallo,’ zegt hij.
Ik groet hem en glimlach. De jongens om hem heen glimlachen terug. Ze zijn dun en knokig, zitten nog niet helemaal goed in hun lichaam, alsof hun uiteindelijke houding nog in hun botten moet groeien, onder hun vlees, in hun spieren. Hij vraagt iets wat ik niet versta en lacht er breed bij. Hij is een entertainer, een jonge leider. Het is een uitnodiging om langs te komen, met hun mee te gaan. Ik lach en zeg dat ik verder moet. Ik wijs naar Beatrice. Hij antwoordt iets, maar ik kan zijn snelle Portugees niet ontrafelen, ook omdat ik alleen naar zijn linkerhand kan kijken: in zijn handpalm ligt losjes een revolver. Beatrice onderbreekt de ontmoeting door ons te roepen en te wenken. De jongen steekt de revolver achter de band van zijn zwembroek, alsof het zijn portemonnee is.

‘Ik zal jullie even mijn winkel laten zien, voor we naar mijn huis gaan,’ zegt Beatrice. Kort laat ze ons binnen in een kleine winkel met een counter, een klein aantal producten op een aantal planken, een koeling. De winkel is extreem schoon en doet me denken aan kleine winkeltjes in dorpen in Oekraïne: niet altijd veel, maar vaak mooi uitgestald. Na de kleine winkel-tour neemt ze ons mee naar haar huis in Pavão, dat ze deelt met haar twee dochters. Op haar zestiende vertrok Beatrice naar PPG voor de liefde. Ze is twee keer getrouwd en twee keer gescheiden.

‘Mijn huis is gezellig en heeft een aparte keuken,’ zegt ze. 

De rest van het huis is één ruimte, die ze met gordijnen heeft opgedeeld, zodat zij en haar dochters allemaal een eigen plek hebben. 

‘Hier in de wijk heb je geen zekerheid of veiligheid,’ vertelt ze, terwijl ze ons drinken inschenkt. ‘Het moment dat je de deur uitgaat weet je niet of je veilig terug kan komen of überhaupt terugkomt. Vandaag ook: schoten. Zo is het leven hier.’ Soms dringt de politie ook woonhuizen en winkels binnen, vertelt ze. ‘Laatst werd er om zes uur ‘s ochtends op onze deur geklopt. We bleven eerst stil, maar het kloppen ging door. Ze probeerden de deur open te maken. Ik vroeg wie er aan de deur was. Toen hun antwoord “politie” was, deed ik open. Met machinegeweren in hun hand vroegen ze wie er in ons huis woonde. Ik zei: “ik met mijn twee dochters.” Daarna volgde de vraag hoe oud ze waren. Na mijn antwoord vertrokken ze weer. Dat gaat niet altijd zo. Soms komen ze binnen en nemen ze mee wat ze willen.’ Een klacht indienen heeft geen zin, het is het woord van de politie tegen het hare. Beatrice heeft geen vertrouwen in de politie of de drugsbende. ‘Een bewoonster had laatst plots politie in haar huis staan. De voorraad zeep en make-up die ze in huis had, namen ze in beslag. Volgens de politie was het gestolen. Ze had het eerlijk ingekocht en zou het zelf weer gaan verkopen. Hiermee was haar investering en haar inkomen in één klap weg.’ 

Ik vraag Beatrice wat volgens haar het verschil tussen morro en asfalto is: ‘Iedereen van de heuvel wordt gezien als een bandiet,’ zegt ze. Ze buigt haar hoofd even naar de grond. ‘Als er iemand uit de favela wordt doodgeschoten, zeggen mensen dat hij of zij onderdeel was van de bende. Dit ligt vaak ver van de realiteit. Ik vind dat verdrietig.’ 

Een paar jaar terug was het een moment wat rustiger in de wijk. Voor en rondom de Olympische Spelen kwam de Pacifying Police Unit (UPP) de favela’s in. De bendes werden opgerold, de wijken werden schoongeveegd. Wapens verdwenen grotendeels, er was minder drug trafficking. Na de spelen hoefde Brazilië zijn beste beentje niet meer voor te zetten en verdween de UPP net zo snel als die in de wijken opgedoken was.

‘Het gaat weer bergafwaarts. Ik weet niet of dit gaat veranderen. Dat is erg moeilijk. De dealers hebben geen respect voor de mensen uit de wijk. Ze gebruiken drugs als er kinderen in de buurt zijn.’

De oudste dochter van Beatrice droomt van een leven in Amerika en werkt gretig en met succes aan haar Engels. Ze geeft zelfs Engelse les aan een van de mannen waar Beatrice schoonmaakt. 

‘Ik zal hen altijd steunen om dat te bereiken,’ zegt Beatrice. Nu haar dochter en andere leerlingen van Solar ook Engels leren, kunnen zij ineens grotere stappen nemen: ‘De toekomst zal beter worden door het leren van Engels. De kinderen hebben meer mogelijkheden en ze kunnen zelf factchecken. Ik zal mijn dochters altijd aanmoedigen om hun dromen te volgen. Ik had vroeger de kans om op hoog niveau forro te dansen, maar mijn ouders lieten het niet toe. Ik zal mijn dochters nooit iets ontzeggen.’

  Na het gesprek escorteert Beatrice ons naar de hoofdweg. We geven elkaar twee kussen en omhelzen elkaar. Beneden, op de rand tussen de wijk en de Copacabana staan nog een aantal BOPE pick-ups. Die ochtend is BOPE de wijk ingetrokken en heeft met behulp van drugshonden een muurvullende lading cocaïne geconfisqueerd. Straatwaarde: een ton in realen. Later op de dag verschijnt er een foto van de cocaïne-muur op Facebook. Ik denk aan de winkel van Beatrice, die opeens leeggehaald kan worden, aan de onschuldige producten op de planken, de blikken eten, het fruit, de flessen cachaça. Zonder reden. Gewoon, omdat het BOPE of politie is die jouw ruimte binnenvalt.

Auteur: Lisa Weeda, meer over Lisa en haar werk vind je op www.lisaweeda.nl